Thuja plicata

Oorsprong:
Noord-Amerika
Bijzonderheden:
Deze boom heeft meerdere benamingen: Conifeer / Western Red Cedar. De Thuja is heel geschikt als heg in de tuin. In Noord-Amerika zijn forse exemplaren te bewonderen. (60-80 m hoog en 3-4 meter doorsnede) Kijk naar de mensen op de foto om een indruk te krijgen van de grootte van de boom. De schors is roodachtig bruin en vezelig. Mannelijke kegels zijn geel en erg klein. Vrouwelijke kegels zijn leerachtig, eivormig en circa 1,5 cm lang. Het hout heeft een aangename geur. (saunageur) Wanneer de onderste takken de grond raken schieten ze wortel. Het zaad is ook erg kiemkrachtig. Het verhaal gaat dat de mens kracht ontvangt als hij met zijn rug tegen de boom staat.
Toepassingen:
De Thuja is een conifeer en is goed te snoeien. Dus heel geschikt voor heggen.
Het western red ceder-hout wordt gebruikt voor schuttingen, palen, planken voor bijv. gevelbekleding. Het hout is zeer duurzaam. Het kan buitenshuis onbehandeld gebruikt worden voor kozijnen, deuren en hekwerken.
Boomhars van deze conifeer wordt gebruikt voor het maken van wierook. De gestripte bast wordt gebruikt voor het weven van hoeden en manden, verfkwasten en touw.
Voor de kinderen:
Als je goed kijkt naar de ‘bladeren’ dan lijkt dat niet op een naaldboom. Toch is dat zo. Als je deze takjes van de Thuja breekt of fijn wrijft ruik je de heerlijke lucht van deze boom. Zo ruikt het hout ook als je de boom omzaagt en er planken van maakt.