Moerascipres

Taxodium districhum


Oorsprong:
Zuidoosten van Amerika. (Zuiden van Texas en Guatemala)

Bijzonderheden:
Moerascipressen zijn de attractieve en sierlijke bomen van de Everglades in Florida. Het zijn bomen die er al voor de ijstijd in moerascimpresbossen waren. Zij hebben een groot deel van de bruinkoollagen gevormd. Deze boom was ooit één van de meest voorkomende bomen in het noordelijk halfrond (tijdens het Tertiair 65,5 tot 2,588 miljoen jaar geleden). De grootste cipres, genaamd Giant of Cats, heeft een stamomtrek van ruim 16 meter en is tussen de 700 en 1300 jaar oud.

Op zijn natuurlijke groeiplaats kan de moerascipres tot 50 meter hoog worden. Het is een vrij smalle en kegelvormig boom en op latere leeftijd breed koepelvormig.  De schors van de boom is rood/bruin van kleur, geplooid en schilfert makkelijk in stroken af. De moerascipres is een bladverliezende boom. (net als de lariks)
De stam is roodbruin en spiraalsgewijs draaiend. De knoppen zijn zonder loep niet waarneembaar. Aan de langloten groeien schubvormige naalden, radiaal spiraalvormig afstaand. De naalden en de twijgjes staan verspreid, niet paarsgewijs.
Vandaar de naam: Taxus omdat de naalden op die van een taxus lijken, districhum omdat ze verdeeld geplaatst zijn)
In de herfst kleuren de naalden eerst geel of oranje en later donkerrood of bruin.
De moerascipres is eenhuizig (Mannelijke en vrouwelijke bloemen komen op dezelfde boom voor). Hij bloeit in het voorjaar, als het eerste groen weer verschijnt.
De kegels zijn zittend, ovaal-rond, 2–3 cm lang, wratachtig, aanvankelijk groen, later bruin. De kegels zijn vooral in de winter goed te zien omdat ze dan niet tussen het loof verscholen zitten. De houtige schubben van de kegels sluiten goed tegen elkaar aan. Tussen de schubben zitten de zaden. Ze vallen bij rijping uiteen. De zaadjes zijn 5–6 mm groot, lichtbruin.

Moerascipressen kunnen ademwortels maken. Rondom de boom verschijnen holle houten stompen, die 1,5–2 m hoog kunnen worden. Over het algemeen wordt aangenomen dat deze wortels de boom (die vaak met z’n voeten in het water staat) van lucht voorzien. In Nederlandse en Belgische parken zien we deze ‘knietjes’ meestal niet. Wel kan men vaak voelen dat de grond rond de boom zeer hard is: een stevige houten vloer van wortels

Toepassingen:
Het hout van de moerascipres is erg duurzaam en gemakkelijk te bewerken.
Het is goed bestand tegen rotting. In Amerika wordt het o.a. gebruikt voor dakbedekking, dakgoten en doodskisten.