Quercus robur

De eik, de beuk, de linde en de berk hebben we ook in de beschrijving opgenomen. Ze horen niet direct bij een pinetum, maar ze zijn zo kenmerkend voor ons landschap, dat we ze toch een plaats wilden geven in de beschrijving van de bomen.
Oorsprong:
Zuid-Italië en Zuid-Spanje.
Bijzonderheden:
De zomereik is een zeer lang levende, Europese, hardhout leverende boom. De eik heeft zich sinds de laatste ijstijd vanuit Zuid-Spanje, Zuid-Italië en het zuiden van de Balkan naar het noorden over Europa verspreid.
De eik is één van de dominante soorten in onze bossen. Om te groeien hebben ze licht nodig. Om die reden zullen eiken niet op schaduwrijke openvallende plekken in het bos groeien. Beuken kunnen dat wel. De zaden van de eik worden door gaaien en muizen verspreid.
Het blad van de zomereik is onregelmatig gelobd, met 3 – 7 diepe bochtige insnijdingen en heeft een asymmetrische vorm. De bladsteel is kort (1–9 mm); de bladvoet is hartvormig en aan beide zijden oorvormig teruggebogen. De bladvorm is het makkelijkst te herkennen onderscheid met de nauw verwante wintereik. De bladeren zitten voornamelijk in groepjes nabij de toppen van de twijgen. Hierdoor en doordat de bladeren onregelmatig gericht staan, maakt de kroon een losse en rommelige indruk. De eik verliest heel laat zijn bladeren. Jonge eiken houden vaak gedurende de hele winter hun verdorde blad vast.
De zomereik is eenhuizig. De mannelijke en vrouwelijke bloemen komen in aparte bloeiwijzen op de boom voor. De 2–3 cm lange eikels staan, vaak gepaard, op flinke (5–12 cm) lange steeltjes (vandaar de Duitse naam: “Stieleiche”)
De schors van jonge bomen is glad en grauwgroen glanzend, van oudere bomen wordt de schors diep en vrij onregelmatig gegroefd en grijsgroen van kleur. Naast lengtegroeven zijn er, in tegenstelling tot bij de wintereik ook vaak horizontale dwarsgroeven. Zeer oude eiken vertonen vaak zeer diepe groeven
Afhankelijk van de standplaats worden vrijstaande eiken 15-25, soms 30-35 meter hoog. De kroon kan zeer breed uitgroeien, tot een koepel van 25 en soms 35-40 meter breed. In gesloten bosopstanden daarentegen vormt de eik een lange rechte stam met een hoog aangezette, relatief kleine kroon. In bossen bereiken eiken hoogtes van 20-30, in optimale omstandigheden 35-40 meter. Op arme bodems groeien eiken langzaam en ontwikkelen er meestal spichtige of gedrongen vormen. Op vruchtbaarder en voldoende vochthoudende bodems groeien ze veel sneller en kunnen ze formidabele afmetingen bereiken. De dikste eik van Nederland, op landgoed Verwolde, Laren – Gelderland, heeft een stamomtrek van 765 cm bij een hoogte van 25 m. In de ons omringende landen staan echter vele dikkere eiken, met een stamomtrek tot 12-14 meter. De wat betreft het houtvolume grootste eik van Europa is vermoedelijk de grote eik van Ivenack, Duitsland, met een hoogte van 32,2 meter en een stamomtrek op borsthoogte van 11 meter.
Eiken is hard, taai, zeer duurzaam en goed te bewerken. Zomereik kan op de kopse kant (foto midden boven) qua uiterlijk sterk variëren. Het verse hout heeft doorgaans een goed te onderscheiden, licht- tot donkerbruin kernhout, met bleekbruin spint. Het kernhout bevat veel looistoffen, waardoor het hout blauw uitslaat als het in aanraking komt met metaal. Tijdens het bewerken van eikenhout komt een kenmerkende geur vrij.
Toepassingen:
Bouwhout:
Huizen, waterbouw, spoorbielzen, palen, masten, meubelhout
Het hout van traag groeiende bomen is vele malen beter van kwaliteit dan eiken die snel hebben kunnen groeien. Monumentale boerderijen hebben vrijwel altijd eikenhouten gebinten.
De bast van de eik werd vroeger veel gebruikt voor de leerlooierij.
Eikenhakhout:
Jonge eiken werden vroeger op geringe hoogte afgezet, waarna er meerdere nieuwe uitlopers groeiden. Elke 10 tot 12 jaar werden deze opnieuw gehakt. Het hout werd als brandhout gebruikt. Tot begin twintigste eeuw kwamen nog grote oppervlakten eikenhakhout voor.
Religie:
De Germanen vereerden de eik als heilige boom van de god Donar. (Of van Wodan of Odin) Aan de voet van heilige eiken vonden rituele bijeenkomsten plaats, werden doden begraven en offers gebracht.