Pseudolarix amabilis

Oorsprong:
Het oosten van China.
Bijzonderheden:
De Japanse goudlariks is een boom, die behoort tot de dennenfamilie (Pinaceae). Het is de enige soort in het geslacht Pseudolarix, een zogeheten monotypisch geslacht.
De schors is grijsbruin, ruw, afschilferend in dikke, vierkante schubben.
De kroon is breed gewelfd, maar vaak onregelmatig en open. De stam is recht, rond, met onregelmatige kransen van lange, spreidende, horizontale tot opgaande takken.
De boom wordt 30-40 m hoog en is in de winter kaal. De boom vormt korte en lange scheuten. De heldergroene, 3-6 cm lange en 2-3 mm brede, in spiralen staande naalden hebben aan de onderkant twee grijze strepen bestaande uit huidmondjes. In de herfst verkleuren de naalden naar goudgeel, vandaar de naam goudlariks.
De goudlork of goudlariks heeft veel weg van een lariks, maar hij behoort tot een ander geslacht, Pseudolarix. Hij heeft zowel eigenschappen van een lariks als van een spar en ceder (waar zijn kegels meer op lijken). Net als de lariks laat de goudlork in de winter zijn naalden vallen. Hij behoort daarmee tot de weinige coniferen die niet het hele jaar door groen blijven.
De Japanse goudlariks bloeit in mei met afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke kegels. (Midden boven op de foto. Bovenaan de mannelijke en daaronder de vrouwelijke bloeiwijze) De kegel is 4-7 cm lang en 4-6 cm breed en heeft puntige driehoekige schubben. Zeven maanden na de bestuiving vallen de vrouwelijke kegels uit elkaar waarbij de gevleugelde zaden vrijkomen.
Toepassingen:
In Nederland wordt de boom als sierboom aangeplant in parken, tuinen e.d.
Tinctuur van de goudlork is een traditioneel Chinees medicijn tegen eczeem. Goudlork is een van de vijftig fundamentele kruiden in de Chinese kruidenkunde.
Het hout wordt gekapt en gebruikt, onder andere voor meubels, boten en bruggen.