Juniperus communis ‘Hibernica’

Oorsprong:
De jeneverbes (Juniperus communis) is een conifeer uit de cipresfamilie. Het is, naast de grove den en de taxus, een boom die van nature voorkomt in de Nederland.
Bijzonderheden:
Deze conifeer of naaldboom is meteen te herkennen aan de grijsgroene kleur, aan de korte maar zeer stekelige naalden en aan zijn vorm: van zuilvormig tot breed uitwaaierend. De schors is grijs- tot roodbruin, bij het ouder worden vezelig en kan dan in lange smalle repen van de stam af komen. Jeneverbes heeft ongeveer 1,5 cm lange, stekende, scherp gepunte priemvormige naalden. Deze zijn in kransen van drie om de takken geplaatst aan gevleugelde twijgen. De onderkant is egaal donkergroen, de bovenzijde grijsgroen. De witachtige strepen aan de bovenkant breder dan de groene bladrand. (huidmondjes)
De jeneverbes is ’tweehuizig’. Er zijn dus mannelijke en vrouwelijke exemplaren. De plant bloeit in april.
De mannelijke kegels zijn lastig te onderscheiden Ze zijn klein, houtig, slechts enkele mm groot en bestaan uit een paar schutbladen en 10 tot 15 kegelschubben waaronder de meeldraden staan geplaatst.
De vrouwelijke kegels zijn groter. Ze bestaan uit een drietallige krans van vruchtbladen. De drie vruchtbladen groeien na de bevruchting uit tot een vlezige schijnbes.
Het rijpen van de ‘bessen’ strekt zich uit over twee jaar. De vrouwelijke zaadschubben vormen in het eerste jaar zwartblauwe, op bessen lijkende vruchten. Na de overwintering worden zij donkerblauw. De jeneverbes kan wel tien meter hoog worden.
Voor het voortbestaan van de jeneverbes is het belangrijk dat er voldoende exemplaren bij elkaar staan. De wind moet tijdens de bloei vrij spel hebben. Dit om het zogenaamde roken van de bomen te waarborgen. De plant verspreidt tijdens de bloei wolken van stuifmeel. De grote lijster eet de kegelbessen en verspreidt op deze wijze de zaden.
De struik is een pionierssoort waarvan de zaden kiemen in minerale bodems/stuifzanden. In Nederland vindt nauwelijks verjonging plaats. Een uitzondering zijn bepaalde terreinen waar de bodem regelmatig wordt verstoord (zoals militaire oefenterreinen). Mogelijke verklaringen voor de beperkte verjonging zijn konijnenvraat van jonge scheuten en een te zure samenstelling van de bodem.
Jeneverbessen worden in Nederland in de meeste gevallen aangetroffen op arme zandverstuivings- en heidelandschappen.
In de middeleeuwen werd de boom als een symbool van kuisheid gezien. Op een van de schilderijen van Leonardo da Vinci, het portret van de vrouwe Ginevra de’ Benci, is een jeneverbes op de achtergrond te zien. De naam Ginevra is een verwijzing naar de jeneverbes. De hedendaagse naam Jennifer is een moderne variant van Ginevra.
Toepassingen:
De bessen worden gebruikt voor het aromatiseren van o.a. gin en jenever. Gedroogde bessen worden als specerij verwerkt in bijvoorbeeld marinades voor wild. Ook zuurkool wordt traditioneel met jeneverbes gekruid. De gedroogde bessen zijn vaak in de supermarkt te koop. Naast de bessen worden ook de bladeren gebruikt, bijvoorbeeld bij het grillen van vis. De etherische olie van jeneverbes wordt onder meer gebruikt in badolie.
In de geneeskunde wordt de jeneverbes reeds lange tijd gebruikt voor het verminderen van winderigheid en verbetering van de vertering van voedsel. De vruchten werden ingenomen tegen reuma en ook uitwendig toegepast door ze op de pijnlijke gewrichten en spieren te wrijven. Een alcoholische oplossing van jeneverbes wordt ingezet bij oedeem, pijn in het maag-darmkanaal en gebrek aan eetlust.