Beuk

fagus sylvatica

De eik, de beuk, de linde en de berk hebben we ook in de beschrijving opgenomen. Ze horen niet direct bij een pinetum, maar ze zijn zo kenmerkend voor ons landschap, dat we ze toch een plaats wilden geven in de beschrijving van de bomen.

Oorsprong:
Europa

Bijzonderheden:
De Beuk, Fagus sylvatica L., hoort tot de Napjesdragersfamilie. Tot deze familie behoren verder de Eik en de Tamme kastanje.
In veel van onze bossen, lanen en grote tuinen tref je de Beuk aan. Alleenstaand hebben Beuken vaak een mooie bolvormige kroon. In bossen op armere bodems geven ze het effect van een kathedraal: kronen en stammen vormen als het ware de pilaren en gewelven van de kathedraal. Je herkent Beuken aan hun bijna altijd gladde stammen met een bast die grijs tot grijsgroen van kleur is.
De beuk kan tot 46 meter hoog worden.

De bast is dun, waardoor de boom bij plotse blootstelling aan zonlicht gevoelig is voor schorsbrand. Het blad is veernervig, licht gegolfd en licht glanzend. Beuken worden 200 tot 400 jaar oud.

De plant is eenhuizig; er zijn dus mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom. De knoppen zijn langwerpig en geschubd. De bestuiving vindt plaats door de wind. De beuk kan goed tegen schaduw.

De mannelijke bloemetjes van de Beuk zijn katachtig en hangen naar beneden. Elk bloemetje in de katjes heeft een roodbruin klokvormig bloemdek met 4 of meer meeldraden. De vrouwelijke bloemen zitten bijeen in een bekervormig, later tijdens het rijpen van de vrucht, leerachtig of houtig wordend omhulsel, het zogenaamde napje. De bestuiving vindt plaats door de wind.

De beukennootjes worden dus omsloten door een napje. In elk napje zitten twee nootjes. Als de nootjes rijp zijn opent het napje in vier delen en vallen de beukennootjes op de grond. De beukennootjes worden onder andere verspreid door eekhoorns, die ze als wintervoorraad gebruiken. Beukennootjes zijn voor menselijke consumptie geschikt.

De beuk gedijt goed op vochthoudende, goed doorlatende, kalkrijke, leemhoudende bodem. Hij verdraagt hoge waterstanden of droge zandgronden niet. De boom leeft in symbiose met de schimmel mycorrhiza. Zonder deze schimmel zal een jonge beuk niet aanslaan. Spoel de wortels dus niet schoon bij het planten.

Een oud Duits gezegde dat betrekking heeft op inslag van bliksem en de beschermende werking van de beuk luidt:

Vor Eichen sollst du weichen, Buchen sollst du suchen! (Vermijd eiken en schuil onder beuken).  Het is wel zo dat de beuk vaak los zittende, dode takken in zijn kruin bewaart. Deze kunnen bij felle windstoten naar beneden komen, wat niet bijdraagt aan een veilige schuilplaats bij storm.

Wanneer een boom in een rij sterft kan daarna door zonnebrand de een na de andere volgen. Omwikkelen van de stam met jute gaat dit tegen, de boom kan dan geleidelijk aan meer zonlicht wennen.

Bij beukenbossen (vooral op kalkarme bodem) valt op dat er weinig tot geen ondergroei is. Door het dichte bladerdak bereikt maar weinig zonlicht de bodem, en ook de bodem met afgevallen looizuurrijk blad gaat begroeiing tegen.


Toepassingen:
Beuken worden veel in hagen geplant. Ze vormen een dichte, hoge haag.Ook worden ze vaak in lanen geplant.
Beukenhout kan voor allerlei producten gebruikt worden, bijvoorbeeld speelgoed, meubilair en parket. Het splintert nauwelijks