Grove den

Pinus sylvestris


Oorsprong:
Europa.

Bijzonderheden:
De grove den is een soort van het geslacht ‘Den’ (Pinaceae). Vroeger werden deze bomen mastbomen of pijnbomen genoemd. Een vliegden is een door natuurlijke uitzaaiing verspreide grove den.
De bladen van de grove den zijn naaldvormig en staan met twee tegelijk op korte takken (loten). De den heeft ook lange loten met verspreid staande naalden. De lange loten zorgen voor de lengtegroei. De grijsgroene naalden zijn gedraaid en kunnen tot 8 cm lang worden.

De den is van de spar en de zilverspar te onderscheiden onder andere omdat de den korte loten heeft met de naalden bij elkaar staand (duo) en bij de sparren verspreid (solo) op de lange loten. Ook heeft de den ronde naalden en de spar platte, driehoekige of vierhoekige.

De grove den kan 25-35 m hoog worden en heeft een penwortel, waarmee ook uit grotere diepte water opgenomen kan worden. Bij de bosbouw wordt de grove den na 80 tot 120 jaar gekapt. De bomen kunnen echter veel ouder worden. In Zweden staat een zevenhonderdjarige boom.

Jonge bomen hebben een kegelvormige kroon. Oudere bomen hebben een meer schermvormige kroon en een hoge stam. De onderste takken zijn dan afgestorven en zitten deels nog aan de stam vast. De jonge schors aan de top van de boom is glad en grijsgeel van kleur. Op oudere leeftijd wordt er een ruwe plaatvormige schors gevormd. De plaatjes van de schors zijn vrij klein.

De jonge kegels zijn groen en kleuren later donkergrijsbruin. De kegels kunnen tot 7 cm lang worden en zitten twee aan twee of in groepjes aan kromme steeltjes. Bij beschadiging van de boombast komt er kleverig hars met een karakteristieke geur uit, wat de wond beschermt tegen infecties.

De boom was in Nederland na de laatste ijstijd 12.000 jaar inheems, maar door veenafgravingen en ontginningen zijn de oorspronkelijke inheemse bomen verdwenen. Later is de grove den veel aangeplant op arme zandgronden met plantgoed uit buitenlands zaad. Het omstreeks 1515 aangelegde Mastbos is het oudste in Nederland aangeplante bos met onder meer de grove den. Vanaf de 19e eeuw zijn heidevelden en zandverstuivingen ermee beplant. Het hout was in het verleden in trek als mijnhout.

De grove den is een pionier die goed groeit op voedselarme gronden zoals droge zandgronden. Een derde van het Nederlandse bos bestond uit aanplant van grove den. Dat komt in totaal neer op 1049 km².

Toepassingen:
Het hout werd in het verleden gebruikt als mijnhout.
Het timmerhout wordt grenenhout genoemd.
Van oudsher is de boom een belangrijke leverancier van terpentijnolie, hars en teer. Terpentijnolie wordt gebruikt bij het schilderen, bijvoorbeeld om de verf te verdunnen.
Ook wordt Colofonium uit de boom gewonnen. Dat wordt gebruikt bij solderen en als strijkhars voor strijkstokken. Het zit ook in kauwgom, zeep, drukinkt en lijm.

Colofonium