Tsuga mertensiana

Oorsprong:
De boom is inheems aan de westkust van Noord-Amerika en komt voor in de hoge gebergten tussen het schiereiland Kenai (Alaska) in het noordwesten en het noorden van Tulare County (Californië) in het zuidoosten.
Bijzonderheden:
De boom is vrij zeldzaam als exoot in Europa. Alleen in Schotland blijkt de berghemlock krachtig groeiend; daar bereikt de boom een hoogte van 36 meter. In zijn oorspronkelijke omgeving zijn exemplaren van 60 meter hoog. De stam heeft dan een diameter van 2 meter.
De schors is dun, diep gekloofd en chocoladebruin tot grijs. De boom is slank en kegelvormig, heeft soms een kromme of gevorkte stam en is opgedeeld in losse schermen van hangend loof.
De takken zijn glanzend lichtbruin. De bladeren staan ‘slordig’ uitstaand aan weerszijden van de tak en worden tot 2,5 cm lang. Ze zijn smal en dik en rondom grijs- of blauwgroen. De naalden zijn 7-25 mm lang en 1-1,5 mm breed, glad, met slechts licht afgeplat gedeelte, blauwgroen en met twee brede banden van huidmondjes blauwachtig wit in de onderkant; Ze verschillen van andere soorten tsuga’s doordat ze ook huidmondjes in de bundel hebben en in een spiraal rond de knop zijn geplaatst.
De kegels worden tot 8 cm lang. Onrijpe kegels zijn dieppaars van kleur. Gesloten zijn ze 8 à 10 mm dik, maar open bereiken ze een breedte van 12 à 35 mm. Oppervlakkig lijken de kegels van Mertens’ berghemlockspar nogal op die van de sparren.
Toepassingen:
Tsuga mertensiana wordt gekweekt als een sierboom. In het bijzonder in Scandinavië en het noorden van Groot Brittanië, waar het wordt gewaardeerd om zijn blauwgroene kleur en tolerantie voor extreem weer. De teelt wordt beperkt door de zeer langzame groei van jonge planten en hun gevoeligheid voor vervuiling uit de lucht.