Tsuga heterophylla

Oorsprong:
Westelijk Noord-Amerika (Van Noord Californië, over Alaska tot in Canada)
Bijzonderheden:
Het zijn flinke naaldbomen, ( 35-40 m) De gegroefde twijgen zijn behaard en gegroefd. De knoppen zijn stomp en enigszins rond, de korte naalden staan min of meer rond de takken ingeplant. Er is een groot verschil in lengte van de naalden te zien. (heterphylla = verschillende bladeren) Veel naalden staan ook nog eens gedraaid, ze dragen brede witte strepen aan de onderkant. Het blad heeft bij kneuzen een geur die aan wortelloof doet denken. De kegels zijn klein, bruin, ovaal en alleenstaand aan de takken. De bruine schors is fijn gegroefd.
We spreken bij deze naaldboom niet over naalden maar over bladeren. Ze zijn kort en vlak en lijken meer op een blad dan op een naald. Dat is ook zo bij de Zilverspar, Douglasspar en Servische spar.
De bloeitijd van de Hemlockspar is in april en mei, de bloemen zijn éénslachtig. De plant bloeit mannelijk met kleine kegels van hooguit 0,5 cm aan de onderkant van de twijgen. De vrouwelijke bloeiwijzen groeien na bevruchting uit tot een grootte van 2 – 2,5 cm. Het zijn zittende, in omtrek ovale kegels.
De zaden zijn klein met een relatief grote vliezige vleugel, ze verlaten de kegel, die bij droogte open gaat staan, om over grote afstanden verspreid te kunnen worden. De soort verjongt zich in ons land spontaan.
Toepassingen:
De westelijke hemlockspar levert geel hout (met een rozige zweem). Het wordt gebruikt voor papierpulp, de bouw, kisten et cetera. Het is hout zonder hars en noesten. Het wordt ook gebruikt om sauna’s te maken.