Ginkgo biloba

Oorsprong:
China.
Bijzonderheden:
De Japanse notenboom heet ook ginkgo, tempelboom of eendenpootboom. Deze boom wordt gezien als een levend fossiel omdat het de enig overgebleven soort is van zowel het geslacht Ginkgo als de familie Ginkgoaceae.
De Japanse notenboom groeit onregelmatig en kegelvormig en wordt circa 40 meter hoog. In China en Japan wordt de Japanse notenboom al eeuwenlang aangeplant als tempelboom.
De Japanse notenboom is tweehuizig, maar het verschil tussen beide geslachten is alleen te zien tijdens de voortplantingsperiode. De mannelijke bomen dragen dan kegels, de vrouwelijke hebben zaden die eruitzien als vruchten en een onaangename geur verspreiden. Daarom worden er wereldwijd meer mannelijke dan vrouwelijke bomen aangeplant.
De naam “Japanse notenboom” is om twee redenen slecht gekozen want misleidend: de soort is oorspronkelijk afkomstig uit China en de boom plant zich voort met zaden en vormt geen noten. Als de vrouwelijke zaden in het najaar op de vochtige grond vallen, begint de vlezige zaadhuid te rotten waardoor boterzuur vrijkomt dat ruikt als ranzige boter.
Door de bladsteel lopen twee nerven die zich in de bladvoet waaiervormig vertakken. Daardoor heeft de linkerhelft van elk blad een vaatstelsel dat niet verbonden met de rechterhelft. Midden in de bovenrand zit vaak een inkeping die het blad tweelobbig maakt, waarnaar de naam biloba verwijst. Voor de bladval in de herfst verkleurt het blad naar tamelijk egaal geel.
In Japan wordt de boom als een god vereerd. De Japanse notenboom staat symbool voor onveranderlijkheid, hoop, liefde, toverkracht, tijdloosheid en een lang leven.
Toepassingen:
Al duizenden jaren wordt de Japanse notenboom gebruikt om allerlei kwalen te bestrijden. In de homeopathie vindt men veel toepassingen.
