Californische cipres

Chamaecyparis lawsoniana “Intertexta”


Oorsprong:
Het westen van Noord-Amerika

Bijzonderheden:
Deze soort groeit uit tot een grote piramidale boom met hangende top. Oude exemplaren worden op den duur breder. Er zijn vele cultivars met een enorme keus aan kleuren in grijs, blauw en geeltinten. Deze cipressen zijn de meest aangeplante coniferensoort. Na het snoeien vormt de haag een heel dicht bladerdek. Deze haag geeft veel privacy. Deze boom is bestand tegen strenge vorst.
Het zijn zogenaamde schubconiferen. Snoeien is juist goed maar als je de takken te kort snoeit (op het hout) lopen ze niet meer uit.
De californische cipres onderscheidt zich van de andere door de bolletjes , bruin of groen , die aan de takken hangen. (zie foto’s boven)
De schors is glad, grijsbruin en glimmend. Later wordt deze purperkleurig en gegroefd. Bij oude bomen gaat de schors afschilferen.
De mannelijke kegels zijn karmijnrood en knotsvormig. Ze worden 5 mm lang en zitten aan de toppen van de twijgen. Vrouwelijke kegels zijn groen en bolvormig. Deze zitten aan de toppen van kortere twijgen. Ze rijpen uit tot houtige, purperbruine kegeltjes met gevleugelde zaden.

Toepassingen:
De Californische cypres wordt als haag toegepast en leent zich prima om in vorm te snoeien. Het is een makkelijke soort die windbestendig is, schaduw verdraagt en ook tegen luchtverontreiniging kan. Uitlopende bomen geuren sterk. De boom wordt ook solitair geplaatst in tuinen en parken.
Deze cypres levert wit, geurig hout van hoge kwaliteit. Het hout wordt gebruikt in de scheepsbouw en de meubelindustrie.